nacht
Start Omhoog

 

                       


 

Nacht

 

en als dan plotseling

de nacht

valt

als een tapijt van sneeuw

en toedekt

wat gebleven is

en de duur vervaagt

tot stilte

 

dan voelt de koude

tot op het bot

lacht geen vogel

geen bloem, geen

wuivend gras

 

een kraai krast

geritsel, stilte

de koude wind

neemt de plaats in

- reeds lang voor

hem bestemd -

nu grijpt hij zijn kans

 

geen sterren

geen maan

geen stille tekens hoop

slechts een blauwe schijn

trilt de stilte vast

 

verharding, ijs

verstening van de ziel

lichaam, hand, oog

verliezen al hun kracht

het is niet de dood

die hier ons wacht -

het is de leegte

en het niets,

een verder dan de

dood -

want die is slechts

een deur, die

zwaaiend openzwiept

en met een zacht

geruis weer

terug in het slot

van het leven.


 

 

 

Teresia van Avila

POESIAS

 

1

ASPIRACIONES DE VIDA ETERNA

Vivo sin vivir en mí,

y de tal manera espero,

Que muero porque no muero.

 

Vivo ya fuera de mí,

Después que muero de amor ;

Porque vivb en el Señor,

Que me quiso para sí :

Cuando el corazón le di

Puso en él este letrero,

Que muero porque no muero.

 

Esta divina prisión,

Del amor con que yo vivo,

Ha hecho a Dios mi cautivo,

y libre mi corazón ;

y causa en mí tal pasión

Ver a Dios mi prisionero,

Que muero porque no muero.

 

Ay, qué larga es esta vida!

Qué duros estos destierros!

Esta cárcel yestos hierros

En que el alma está metida!

Sólo esperar la salida

Me causa un dolor tan fiero,

Que muero porque no muero.

 

Ay, qué vida tan amarga

Do no se goza el Sefior!

Porque si es dulce el amor,

No lo es la esperanza larga:

Quíteme Dios esta carga,

Más pesada que el acero,

Que muero porque no muero.

 

Sólo con la confianza

Vivo de que he de morir,

Porque muriendo el vivir

Me asegura mi esperanza;

Muerte do el vivir se alcanza,

No te tardes, que te espero,

Que muero porque no muero.

 

Mira que el amor es fuerte;

Vida, no me seas molesta,

Mira que sólo me resta,

Para ganarte perderte.

Venga ya la dulce muerte,

El mor ir venga ligero

Que muero porque no muero.

 

Aquella vida de arriba,

Que es la vida verdadera,

Hasta que esta vida muera,

No se goza estando viva:

Muerte, no me seas esquiva;

Viva muriendo primero,

Que muero porque no muero.

 

Vida, qué puedo yo darte

A mi Dios, que vive en mí,

Si no es el perderte a ti,

Para merecer ganarte?

Quiero muriendo alcanzarte,

Pues tanto a mi Amado quiero,

Que muero porque no muero.

 

VERZUCHTING NAAR HET EEUWIG LEVEN

Ik leef, maar niet in mij,

en mijn hopen is zo hunkerend

dat ik sterf van niet te sterven.

 

Ik leef reeds buiten mij

sinds ik van liefde sterf.

Want leven doe ik in de Heer,

die mij heeft gewild voor Zich.

Toen ik Hem gaf mijn hart,

plaatste Hij dit schild erin:

dat ik sterf van niet te sterven.

 

Dit goddelijk gevang van

de liefde waarmee ik leef

heeft God mijn gevangene gemaakt

en vrij mijn hart.

En het doet mij zoveel leed

God te zien nu mijn gevangene:

dat ik sterf van niet te sterven.

 

Ach, wat duurt dit leven lang!

En hoe hard die ballingschap!

Deze kerker, deze boeien,

waarin de ziel is opgesloten!

Alleen al 't wachten los te komen

geeft mij pijn zo vreselijk :

dat ik sterf van niet te sterven.

 

Ach, hoe bitter is het leven

daar waar men de Heer niet smaakt !

Want zo de liefde zoet is,

het durend hunkeren is dit niet.

Mocht God mij deze last ontnemen,

drukkender dan staal :

dat ik sterf van niet te sterven.

 

Enkel met het diep vertrouwen

eens te sterven, leef ik.

Want sterven dat is leven,

verzekert mij mijn hoop.

Dood, die 't leven doet bereiken,

talm niet langer, jou verwacht ik:

dat ik sterf van niet te sterven.

 

Bedenk hoe sterk de liefde is;

leven, val mij niet meer lastig,

bedenk hoe enkel overblijft

om jou te winnen, je te verliezen.

Laat de zoete dood maar komen,

laat de dood snel komen:

dat ik sterf van niet te sterven.

 

Dit leven van Hierboven

dat het ware leven is,

tot aan 't sterven van dit leven

smaakt men, al levend, niet.

Dood, wil mij dan niet ontvluchten;

laat, eerst stervend, mij toch leven:

dat ik sterf van niet te sterven.

 

Leven, hoe kan ik jou geven

aan mijn God die leeft in mij,

tenzij door je te verliezen

zó verdienend je te winnen?

Stervend wil ik jou verkrijgen

daar ik zozeer min mijn Liefste :

dat ik sterf van niet te sterven.

 

2

EN LAS MANOS DE DIOS

Vuestra soy, para Vos nací,

Qué mandáis hacer de mÍ?

 

Soberana Majestad,

Etema sabiduría,

Bondad buena al alma mía;

La gran vileza mirad

Dios, alteza, un ser, bondad,

Que boy os canta amor asi.

Qué mandáis hacer de mí?

 

Vuestra soy, pues me criastes,

Vuestra, pues me redimistes,

Vuestra, pues que me sufristes,

Vuestra, pues que me llamastes,

Vuestra porque me esperastes,

Vuestra, pues no me perdí.

Qué mandáis hater de mí?

 

Qué mandáis, pues, buen Señor,

Que baga tan vil criado?

Cuál oficio Ie babéis dado

 

A este esclavo pecador?

Veisme aquí, mi dulce Amor,

Amor dulce, veisme aquí,

Qué mandáis hacer de mí?

 

Veis aquí mi corazón,

Yo le pongo en vuestra pa1ma,

Mi cuerpo, mi vida y alma,

Mis entrañias y afición ;

Dulce Esposo y redención

Pues por vuestra me ofrecí

Qué mandáis hacer de mí?

 

Dadme muerte, dadme vida:

Dad salud o enfermedad,

Honra o deshonra me dad,

Dadme guerra o paz crecida,

Flaquezá a fuerza cumplida,

Que a todo digo que sí.

Qué mandáis hacer de mí?

 

Dadme riqueza o pobreza,

Dad consuelo o desconsuelo,

Dadme alegría o tristeza,

Dadme infiemo o dadme cielo,

Vida dulce, sol sin velo,

Pues del todo me rendí.

Qué mandáis hacer de mí?

 

Si queréis, dadme oración,

Si no, dadme sequedad,

Si abundancia y devoción,

Y si no esterilidad

Soberana Majestad,

Sólo hallo paz aqí,

Qué mandáis hacer de mí?

 

Dadme, pues, sabiduría,

O por amor, ignorancia,

Dadme añios de abundancia,

O de hambre y carestía;

Dad tiniebla o claro día,

Revolvedme aquí o allí.

Qué mandáis hacer de mí?

 

Si queréis que esté holgando,

Quiero por amor holgar .

Si me mandáis trabajar,

Morir quiero trabajando.

Decid, dónde, cómo y cuándo?

Decid, dulce Amor, decid.

Qué mandáis hacer de mí?

 

Dadme Calvario o Tabor,

Desierto o tierra abundosa,

Sea Job en el dolor,

O Juan que al pecho reposa;

Sea viña fructuosa

O estéril, si cumple asi.

Qué mandáis hacer de mí?

 

Sea José puesto en cadenas,

O de Egipto Adelantado,

O David sufriendo penas,

O ya David encumbrado,

Sea Jonás anegado,

O libertado de allí,

Qué mandáis hacer de mí?

 

Esté callando o hablando,

Haga fruto o no le haga,

Muéstrame la ley mi llaga,

Goce de Evangelio blando;

Esté penando o gozándo,

Sólo Vos en mi vivid,

Qué mandáis hacer de mí?

 

Vuestra soy, para Vos nací,

Qué mandáis hacer de mí?

 

IN GODS HANDEN

Ik ben van U, voor U werd ik geboren.

Wat wilt Gij met mij doen?

 

Soevereine Majesteit,

eeuwige wijsheid,

goedheid voor mijn ziel zó goed;

God, hoogheid, eenheid, goedheid,

zie neer op mijn geringheid

nu ik uw liefde zó bezing:

wat wilt Gij met mij doen?

 

Ik ben van U, daar Gij mij hebt geschapen,

van U, daar Gij mij hebt verlost,

van U, daar Gij mij hebt verdragen

van U, daar Gij mij riep,

van U, want Gij hebt zó op mij gewacht,

van U, daar ik toch niet verloren ging:

wat wilt Gij met mij doen?

 

Dus, wat beveelt Gij, goede Heer,

dat een zo nietig schepsel doen zal?

Welke taak hebt Gij gegeven

aan deze slaaf, zo zondig toch?

Zie mij hier, mijn zoete Liefde;

zoete Liefde, zie mij hier:

wat wilt Gij met mij doen?

 

Hier ziet Gij nu mijn hart,

ik leg het in uw handpalm;

mijn lichaam, ziel en leven,

mijn diepste diep, genegenheden.

Zoete Bruidegom, Bevrijder,

'k gaf mij zo geheel aan U:

wat wilt Gij met mij doen?

 

Geef mij de dood, geef mij het leven,

geef mij ziekte of gezondheid;

eer of oneer, geef het mij,

geef mij strijd of grotere vrede,

zwakheid of volkomen kracht;

daar ik "ja" op alles zeg:

wat wilt Gij met mij doen?

 

Geef mij rijkdom ofwel armoe;

geef mij troost of troosteloosheid;

geef mij blijdschap ofwel droefheid,

geef de hel of geef de hemel.

Leven zoet, Zon zonder sluier,

'k gaf mij heel en al uit handen:

wat wilt Gij met mij doen?

 

Zo Gij wilt, geef mij het bidden,

en zo niet, geef dorheid dan;

ofwel overvloed en godsvrucht,

indien niet, onvruchtbaarheid.

Soevereine Majesteit,

enkel hierin vind ik vrede!

wat wilt Gij met mij doen?

 

Welaan, geef mij grote wijsheid,

of, uit liefde, onwetendheid;

geef mij jaren vol van weelde,

of van honger of gebrek;

duisternis of heldere dag,

slinger mij maar her en der:

wat wilt Gij met mij doen?

 

Als Gij wilt dat ik zou rusten,

wil ik rusten ook uit liefde;

als Gij mij beveelt te werken,

wil ik, werkend, sterven dan.

Zeg mij waar, hoe en wanneer,

zeg maar, zoete Liefde, zeg het:

wat wilt Gij met mij doen?

 

Geef mij Golgota of Tabor ,

woestenij of welig land;

laat mij Job zijn in het lijden,

of Johannes, bij U rustend;

laat m'een wijngaard zijn vol vruchten

of onvruchtbaar zo dit schikt:

wat wilt Gij met mij doen?

 

Laat mij Jozef zijn in boeien

of Egyptes onderkoning;

David in zijn boetepijnen

ofwel David aan de top;

laat mij Jona zijn, verdronken

of terug in veiligheid:

wat wilt Gij met mij doen?

 

Of ik zwijgen moet of spreken,

vruchtbaar zijn of vruchteloos;

moet de wet mijn wonde tonen

of 't evangelie mij vredig smaken;

moet ik lijden of genieten,

als Gij alleen maar leeft in mij:

wat wilt Gij met mij doen?

 

Ik ben van U, voor U werd ik geboren.

Wat wilt Gij met mij doen?

 

3

SOBRE AQUELLAS PALABRAS "DlLECTUS MEUS MIHI"

Yo toda me entregué y di,

y de tal suerte he trocado,

Que mi Amado para mi,

y yo soy para mi Amado.

 

Cuando el dulce Cazador

Me tiró y dejó rendida,

En los brazos del amor

Mi alma quedó calda,

Y cobrando nueva vida

De tal manera he trocado,

Que mi Amado para mí,

y yo soy para mi Amado.

 

Tiróme con una flecha

Enerbolada de amor,

Y mi alma quedó hecha

Una con su Criador ;

Ya yo no quiero otro amor,

Pues a mi Dios me he entregado,

y mi Amado para mí

y yo soy para mi Amado.

 

MIJN BEMINDE IS VAN MIJ

Over de woorden "DILECTUS MEUS MIHI"

Gegeven, overgeleverd heel en al,

deed ik zulk een ruil

dat mijn Beminde is van mij

en ik van mijn Beminde.

 

Toen mij trof de zoete Jager

en mij overwon,

viel mijn ziel in d'armen

van de Liefde ;

en herkrijgend een nieuw leven

deed ik zulk een ruil :

dat mijn Beminde is van mij

en ik van mijn Beminde.

 

Hij schoot op mij een pijl af,

purperrood gekleurd door liefde,

en, omgevormd, werd mijn ziel

met haar Schepper één ;

geen andere liefde wil ik meer,

want 'k gaf mij aan mijn God gewonnen :

en mijn Beminde is van mij

en ik van mijn Beminde.

 

4

COLOQUIO AMOROSO

Si el amor que me tenéis,

Dios mío, es como el que os tengo.

Decidme en qué me detengo ?

O Vos en qué os detenéis ?

Alma qué quieres de mi?

-Dios mío, no más que verte.

-y qué temes más de ti?

-Lo que más temo es perderte.

 

Un alma en Dios escondida

Qué tiene que desear,

Sino amar y más amar,

Yen amor toda escondida

Tomarte de nuevo a amar?

 

Un amor que ocupe oS pido,

Dios mío, mi alma os tenga,

Para hacer un dulce nido

Adonde más la convepga.

 

LIEFDEVOLLE SAMENSPRAAK

Indien de liefde die Gij hebt voor mij,

mijn God, zó is als die ik heb voor U,

zeg mij waarom ik talmen zou?

Of Gij, waarom talmt Gij?

Wat verlang je, ziel, van Mij?

-Niets anders, God, dan U te zien.

-En wat vrees je 't meest voor jou ?

-U te verliezen is mijn grootste vrees.

 

Een ziel in God verborgen,

wat kan zij nog verlangen

dan te minnen en nog meer te minnen ?

En geheel in liefde ontvlamd

opnieuw beginnen te beminnen ?

 

'k Vraag U een liefde, overweldigend,

mijn God, en dat mijn ziel U mag bezitten

om een zachte thuis te maken

dáár, waar het haar het best bevalt.

 

5

FELIZ EL QUE AMA A DIOS

Dichoso el corazón enamorado

Que en solo Dios ha puesto el pensamiento;

Por él renuncia todo lo criado,

Yen él halla su gloria y su contento.

Aun de si mismo vive descuidado,

Porque en Dios está todo su intento,

Y asi alegre pasa y muy gozoso

Las hondas de este mar tempestuoso.

 

GELUKKIG HIJ DIE GOD BEMINT

Gelukkig het verliefde hart

dat op God alleen zijn gedachte heeft gevestigd;

dat voor Hem verzaakt aan al 't geschapene,

en in Hem zijn roem en zijn voldoening vindt.

Het leeft zelfs onbezorgd over zichzelf,

want zijn bedoeling ligt geheel in God.

Zo overstijgt het licht en zeer verheugd

de golven van deze stormachtige zee.

 

6

ANTE LA HERMOSURA DE DIOS

Oh Hermosura que excedéis

A todas las hermosuras!

Sin herir dolor hacéis,

y sin dolor deshacéis,

El amor de las criaturas.

 

Oh, ñudo que asi juntáis

Dos cosas tan designales,

No sé por qué os desatáis,

Pues atado fuerza dais

A tener pbr bien los males.

 

Juntáis quien no tiene ser

Con el Ser que no se acaba:

Sin acabar acabáis,

Sin tener que amar amáis,

Engrandecéis nuestra nada.

 

VOOR GODS SCHOONHEID

O Schoonheid

alle schoonheid overstijgend!

Zonder te kwetsen doet gij pijn

en zonder pijn brengt gij tot niet

de liefde van de schepselen.

 

O knoop, aldus verbindend

twee dingen zó verschillend,

'k weet niet waarom gij u ontwart

daar, gebonden, gij de kracht geeft

de kwalen voor een goed te houden.

 

Wie niet het zijn bezit, verbindt gij

met het eindeloze Zijn.

Afmakend zonder af te maken,

beminnend zonder iets om te beminnen,

maakt Gij groot ons niets.

 

7

AYES DEL DESTIERRO

Cuán triste es, Dios mío,

La vida sin ti!

Ansiosa de verte,

deseo morir.

 

Carrera muy larga

Es la de este suelo,

Morada penosa,

Muy duro destierro

Oh duefio adorado!

Sácamelde aquí.

Ansiosa de verte,

deseo morir.

 

Lúgubre es la vida,

Amarga en extremo;

Que no vive el alma

Que está de ti lejos.

Oh dulce bien mío,

Que soy infeliz!

Ansiosa de verte,

deseo morir.

 

Oh muerte benigna,

socorre mis penas!

Tus golpes son dulces,

Que el alma libertan.

Qué dicha, oh mi amado,

Estar junto a Ti!

Ansiosa de verte,

deseo morir.

 

El amor mundano

Apega a esta vida;

El amor divino

Por la otra suspira.

Sin ti, Dios eterno,

Quién puede vivir?

Ansiosa de verte,

deseo morir.

 

La vida terrena

Es continuo duelo:

Vida verdadera

La hay sólo en el cielo.

Permite, Dios mío,

Que viva yo allí,

Ansiosa de verte,

deseo morir.

 

Quién es el que teme

La muerte del cuerpo,

Si con elia logra

Un placer immenso?

Oh! sl, el de amarte,

Dios mío, sin fin.

Ansiosa de verte,

deseo morir.

 

Mi al ma afligida

Gime y desfallece.

Ah! Quién de su amado

 

Puede estar ausente?

Acabe ya, acabe

Aqueste sufrif.

Ansiosa de verte,

deseo morir.

 

El barbo cogido

En doloso anzuelo,

Encuentra en la muerte

El fin del tormento.

Ay! también yo sufro,

Bien mío, sin ti,

Ansiosa de verte,

deseo morir.

 

En vano mi alma

Te busca, oh mi dueño;

Tu siempre invisible

No alivias su anhelo.

Ay! esto la inflama

Hasta prorrumpir :

Ansiosa de verte,

deseo morir.

 

Ay! cuaudo te dignas

Entrar en mi pecho,

Dios mío, al instaute

El perderte temo.

Tal pena me aflige,

y me hace decir:

Ansiosa de verte,

deseo morir.

 

Haz, Señor, que acabe

Tau larga agonía;

Socorre a tu sierva

Que porti suspira.

Rompe aquestos hierros

y sea feliz.

Que ansiosa de verte,

deseo morir.

 

Mas no, dueño amado,

Que es justo padezca ;

Que expíe mis yerros,

Mis culpas immensas.

Ay! logren mis lágrimas

Te dignes oír

Ansiosa de verte,

deseo morir.

 

KLACHT UIT DE BALLINGSCHAP

Hoe droevig is, mijn God,

het leven zonder U!

Onrustig tot ik U zie

verlang ik te sterven.

 

Een zeer lange baan

is die van deze aarde;

een kommervolle woonplaats,

zeer harde ballingschap.

Aanbiddelijke Meester,

o neem mij weg hieruit!

Onrustig tot ik U zie

verlang ik te sterven.

 

Somber is het leven

en bitter tot het uiterste;

want leven doet de ziel

die ver van U is, niet.

O zoete Welbeminde,

wat ben ik onfortuinlijk!

Onrustig tot ik U zie

verlang ik te sterven.

 

O liefelijke dood,

verlicht mijn pijnen !

Jouw slagen zijn zoet

daar zij de ziel bevrijden.

Wat een geluk, Geliefde,

met U vereend te zijn!

Onrustig tot ik U zie

verlang ik te sterven.

 

Wereldse liefde hecht

ons aan dit leven vast;

de goddelijke liefde

hunkert naar het andere.

Wie kan, eeuwige God,

leven zonder U?

Onrustig tot ik U zie

verlang ik te sterven.

 

Het aardse leven is

onafgebroken rouw;

het ware leven vindt men

alleen maar in de hemel.

O laat me toe, mijn God,

daarginder te gaan leven.

Onrustig tot ik U zie

verlang ik te sterven.

 

Wie is er die de dood

van 't lichaam dan nog vreest,

zo hij daardoor verkrijgt

een mateloos genieten?

O ja! U eindeloos

te mogen minnen, God!

Onrustig tot ik U zie

verlang ik te sterven.

 

Mijn diepbedroefde ziel

klaagt en begeeft geheel.

Ach, wie kan ver

van zijn Beminde leven?

Mocht het een einde nemen,

dit lijden, mocht het eindigen.

Onrustig tot ik U zie

verlang ik te sterven.

 

De vis die door een haak

pijnlijk gevangen is,

vindt in het sterven vlug

het einde van de kwelling.

Ach! zonder U, mijn God,

is ook mijn lijden zó.

Onrustig tot ik U zie

verlang ik te sterven.

 

Mijn ziel zoekt tevergeefs

naar U, mijn Meester.

Gij, altijd onzichtbaar,

verlicht haar smachten niet.

Ach! dat ontvlamt haar zó

tot ze onstuimig roept:

Onrustig tot ik U zie

verlang ik te sterven.

 

Wanneer Gij U gewaardigt

te treden in mijn diepste diep,

vrees ik terstond, mijn God,

U weder te verliezen.

Die pijn bedroeft mij zeer

en doet mij zeggen:

Onrustig tot ik U zie

verlang ik te sterven.

 

Maak Heer, dat voleind wordt

een doodstrijd, o zo lang;

en kom je dienares te hulp

die zó verzucht naar U.

Breek deze boeien,

Iaat haar gelukkig zijn.

Onrustig tot ik U zie

verlang ik te sterven.

 

Maar neen, geliefde Meester,

het past wel dat ik lijd;

dat ik mijn fouten boet,

mijn schuld onmetelijk.

Laat mij geween bekomen

dat Gij mij wilt aanhoren:

Onrustig tot ik U zie

verlang ik te sterven.

 

8

BUSCANDO A DIOS

Alma, buscarte has en Mí,

Y a Mí buscarme has en tí.

 

De tal suerte pudo amor,

Alma, en mí te retratar,

Que ningún sabio pintor

Supiera con tal primor

Tal imagen estampar.

 

Fuiste por amor criada

Hermosa, bella, y así

En mis entrañas pintada,

Si te perdieres, mi amada,

Alma, buscarte has en Mí.

 

Que yo sé que te hallaras

En mi pecho retratada,

y tan al vivo sacada,

Que si te ves te holgaras

Viéndote tan bien pintada.

 

y si acaso no supieres

Donde me hallarás a Mí,

No andes de aquí para allí.

Sino, si hallarme quisieres

A Mí buscarme hos en ti.

 

Porque tu eres mi aposento,

Bres mi casa y morada,

Y así llamo en cualquier tiempo,

Si hallo en tu pensamiento

Estar la puerta cerrada.

 

Fuera de ti no hay buscarme,

Porque para hallarme a Mí,

Bastará Sólo llamarme,

Que a ti iré sin tardarme,

Y a Mí buscarme hos en ti.

 

OP ZOEK NAAR GOD

Ziel, jij moet je in Mij zoeken

en Mij, Mij moet je in jou zoeken.

 

De liefde wist op zulke wijze

jou te tekenen, ziel, in Mij

dat niet één talentvol schilder

met zodanige begaafdheid

zulk een beeld graveren kon.

 

Schoon, bekoorlijk, eens geschapen

door de liefde, en zo sta je

in mijn diepste diep geschilderd ;

zo jij jezelf verloor, mijn liefste,

ziel, je moet je in Mij zoeken.

 

Want 'k weet dat jij je vinden zult

in mijn binnenste getekend,

zó getekend naar het leven,

dat bij 't zien, je zult verheugd zijn

je zó goed te zien geschilderd.

 

Mocht bij toeval jij niet weten

waar je Mij kunt vinden, Mij,

ga dan toch niet her en der;

maar als jij Mij wenst te vinden,,

Mij, Mij moet je in je zoeken.

 

Want mijn kamer dat ben jij,

jij mijn huis en mijn verblijf;

om 't even welk uur roep Ik dus

zo Ik van jouw gedachten

de deur gesloten Vind.

 

Buiten jou hoef je Mij niet te zoeken

want om Mij te vinden, Mij,

volstaat het Mij te roepen :

aanstonds kom Ik dan tot jou,

en Mij, Mij moet je in je zoeken.

 

9

EFICACIA DB LA PACIENCIA

Nada te turbe,

Nada te espante,

Todo se pasa,

Dios no se muda,

La paciencia

Todo lo alcanza;

Quien a Dios tiene

Nada le falta:

Sólo Dios basta.

 

GOD ALLEEN VOLDOET

Krachtdadig geduld

Laat niets je verstoren.

Laat niets je beangstigen.

Alles gaat voorbij.

God verandert niet.

Geduld verkrijgt alles.

Niets ontbreekt

aan wie God bezit.

God alleen voldoet.

 

 

 


 

                         

canandanann  31-01-07

weghezel.jpg (31819 bytes)